Interieur & stijlIS-02
Moderne interieurstijl: waar hij vandaan komt en hoe hij werkt
De moderne interieurstijl komt uit de eerste helft van de twintigste eeuw en bouwt op vier uitgangspunten: de rechte lijn, de open plattegrond, het eerlijke materiaal en het ontbreken van ornament. Die uitgangspunten zijn nog steeds bruikbaar, maar ze vragen om compensatie, want zonder tegenwicht wordt een moderne kamer koud.
De vier bouwstenen
De rechte lijn betekent dat meubels en architectuur hetzelfde raster volgen: bank evenwijdig aan de wand, kast in lijn met het kozijn, geen schuine opstellingen. De open plattegrond betekent dat ruimtes in elkaar overlopen en dat functies met meubels worden gescheiden in plaats van met wanden.
Eerlijk materiaal betekent dat staal staal blijft en hout hout: geen imitatie, geen fineer dat massief wil lijken. En het ontbreken van ornament betekent dat een vorm zijn functie toont, zonder lijstwerk, rozetten of profielen.
Materialen die de stijl dragen
Staal, glas, leer en hardhout vormen de kern. Ze worden zichtbaar gecombineerd, met de verbindingen in het zicht: een stalen frame onder een houten blad, een leren band over een stalen buis. Juist die zichtbaarheid maakt het verschil met een interieur dat er alleen strak uitziet.
- Staal onbehandeld of gepoedercoat in één kleur.
- Glas zonder roede, in een zo dun mogelijk profiel.
- Leer in één kleur, bij voorkeur ongecorrigeerd.
- Hardhout met een matte, open afwerking.
Kleur: neutraal met één accent
De moderne stijl werkt met een neutrale basis en één duidelijk accent, vaak in een verzadigde kleur. Dat accent zit op één plek: een fauteuil, een deur, een enkel doek. Verdeeld over vijf plaatsen verliest het zijn werking en wordt het een patroon.
Dit is het grootste verschil met de eigentijdse benadering, waar juist alle kleuren dicht bij elkaar liggen. Beide werken, maar ze verdragen elkaar slecht in dezelfde kamer; de vergelijking staat in het stuk over het eigentijdse interieur.
Het risico van kilheid, en wat eraan te doen
Harde materialen, egale wanden en weinig textiel geven galm, en galm maakt een ruimte onprettig lang voordat iemand het benoemt. De oplossing is niet de stijl loslaten maar drie dempende elementen toevoegen: een groot wollen vloerkleed, gordijnen van vloer tot plafond en een boekenwand.
Die drie samen halen de scherpte uit het geluid zonder de lijnen te verzachten. Hoe die textiellaag wordt opgebouwd, staat beschreven bij het opbouwen van een woonkamerinterieur.
De stijl toepassen in een bestaande woning
| Ingreep | Aard | Effect |
|---|---|---|
| Lijstwerk en rozetten verwijderen | Timmerwerk | Vlakken worden egaal |
| Deuren vervangen door vlakke deuren | Vervanging | Geen profiel meer in het zicht |
| Plinten verlagen tot 7 cm | Timmerwerk | Wand loopt door tot de vloer |
| Radiatoren wegwerken | Installatie | Wanden komen vrij |
| Verlichting inbouwen | Elektra | Geen zichtbare armaturen |
In een woning van voor negentienhonderdveertig kost de eerste ingreep meestal het meest en levert hij het meest op. Wie ook de indeling wil aanpassen, doet er goed aan de volgorde uit het stuk over de binnenkant renoveren aan te houden.
Wat niet bij de stijl hoort
Twee dingen ondermijnen een moderne kamer sneller dan wat ook: imitatiemateriaal en decoratie zonder functie. Een lambrisering van kunststof die hout nabootst, of een consoletafel die alleen bestaat om er objecten op te zetten, gaat rechtstreeks in tegen de uitgangspunten.
Dat betekent niet dat er niets mag staan. Het betekent dat wat er staat, gebruikt wordt. Wie zoekt naar objecten die dat criterium halen, vindt richting in het overzicht van woondecoratie.
De stijl in een klein appartement
De moderne stijl is ontstaan bij ruime plattegronden en hoge plafonds, en juist daarom werkt hij verrassend goed in een klein appartement: weinig ornament, dunne profielen en zwevende meubels laten de vloer en de wanden doorlopen. Een lage bank op pootjes, een stalen bijzettafel met een dun blad en een boekenkast die tot het plafond loopt, geven een kleine kamer meer lucht dan een gesloten wandmeubel dat halverwege ophoudt.
Waar het in een klein appartement wel misgaat, is bij het accent. Eén verzadigde kleur op een grote fauteuil neemt in een kamer van twintig vierkante meter meteen de hele ruimte over. Verplaats dat accent dan naar iets kleiners: een deur, een enkele lamp, een doek van bescheiden formaat. Het principe blijft hetzelfde, de schaal verandert mee.


