Interieur & stijlIS-01
Eigentijds interieur herkennen aan vijf kenmerken
Modern en eigentijds worden vaak door elkaar gebruikt, maar het zijn verschillende dingen. Modern verwijst naar een periode met rechte lijnen en industriële materialen; eigentijds verwijst naar wat er nu wordt gemaakt, en dat is warmer, zachter en materiaalrijker. Vijf kenmerken maken het onderscheid meteen zichtbaar.
Kenmerk één: gedempte, verwante kleuren
Een eigentijds interieur werkt bijna nooit met zuivere kleuren. De tinten zijn gebroken, iets gegrijsd, en ze liggen dicht bij elkaar: zand naast klei, salie naast olijf, kalkwit naast crème. Contrast ontstaat door structuur en niet door kleurverschil, en dat is precies waarom deze interieurs op foto rustig ogen.
Die keuze heeft een praktisch gevolg: u kunt meubels bijkopen zonder dat ze botsen, omdat alles binnen dezelfde smalle band blijft. De opbouw van zo'n band staat in het overzicht van moderne kleurenschema's.
Kenmerk twee: structuur in plaats van patroon
Waar een klassiek interieur patroon gebruikt, gebruikt een eigentijds interieur structuur. Bouclé, grof linnen, geborsteld hout, ongepolijst travertijn, gips met een zichtbare hand: het zijn allemaal oppervlakken die je op een meter afstand ziet en op tien centimeter voelt. Een interieur met drie of vier van zulke structuren heeft geen dessin nodig.
- Bouclé of grof geweven wol op één zitmeubel.
- Steen met een open, ongepolijste kop op een bijzettafel.
- Papier, riet of linnen in de lampenkap.
- Hout met een geborstelde nerf op de vloer of het blad.
Kenmerk drie: gebogen lijnen
De gebogen bank, de ronde spiegel, de tafel met verzachte hoeken: eigentijds werk vermijdt de scherpe hoek. Dat is geen mode-effect maar een reactie op de rechte hoeken van de architectuur eromheen. Eén gebogen element in een verder rechte kamer doet meer dan vijf ronde objecten bij elkaar.
De regel die het beste werkt: kies één groot rond volume en houd de rest recht. Twee grote ronde meubels tegenover elkaar leest onrustig, tenzij de ruimte zelf ook rond is.
Kenmerk vier en vijf: ruimte en terughoudende decoratie
Eigentijdse interieurs laten lucht rond de meubels. Een bank staat een halve meter van de wand, een kast staat niet ingeklemd tussen twee andere, en op de vlakken staat weinig. Die lucht is geen leegte maar een keuze, en ze maakt de weinige objecten die er staan belangrijk.
De decoratie zelf is terughoudend en bijna altijd van natuurlijk materiaal: keramiek, een steen, een tak, een boek. Wie ideeën zoekt voor die laatste laag zonder in overdaad te vervallen, vindt ze in de verzameling ideeën voor woondecoratie.
Eigentijds naast modern en minimalistisch
| Punt | Modern | Eigentijds | Minimalistisch |
|---|---|---|---|
| Kleur | Wit, zwart, primair accent | Gedempt en verwant | Wit en grijs |
| Lijn | Recht en strak | Gebogen naast recht | Recht en dun |
| Materiaal | Staal, glas, gelakt hout | Wol, steen, hout, gips | Wit vlak, glas |
| Decoratie | Weinig, grafisch | Weinig, natuurlijk | Vrijwel geen |
De tabel laat zien waarom eigentijds voor de meeste woningen het makkelijkst vol te houden is: het verdraagt gebruik, warmte en toevoegingen. Wie de strakkere kant zoekt, vindt die in het stuk over de moderne interieurstijl.
Eén metaal, één houtsoort
De laatste discipline zit in de kleine dingen. Kies één metaal voor kranen, greepwerk, lampvoeten en scharnieren, en één houtsoort voor de meubels. Messing naast geborsteld staal naast zwart in dezelfde ruimte is de meest voorkomende reden dat een verder verzorgd interieur toch niet klopt.
Dat geldt in elke ruimte, van de woonkamer tot de badkamer. In de keuken heeft die keuze bovendien praktische gevolgen voor de verkrijgbaarheid van onderdelen, zoals besproken bij het ontwerpen van een keuken.
Waar het misgaat: te veel tegelijk
Eigentijdse interieurs mislukken zelden op één verkeerde keuze en bijna altijd op te veel goede keuzes naast elkaar. Een gebogen bank, een travertijnen tafel, een bouclé fauteuil, een gipsen wandlamp en een papieren vloerlamp zijn afzonderlijk allemaal raak; samen in één kamer beconcurreren ze elkaar en blijft er geen rustpunt over.
De praktische begrenzing is drie tot vier materialen met uitgesproken structuur per ruimte, en niet meer. Alles wat daarna komt, is glad, effen of onopvallend. Wie twijfelt of iets erbij kan, haalt eerst iets anders weg en kijkt of de kamer daarvan slechter wordt. Zo niet, dan was het item er te veel.


