WoonkamerWK-01
Mooi woonkamerinterieur opbouwen in vijf lagen
Een woonkamer die klopt is bijna nooit in één weekend ontstaan. Wat mooi oogt op een foto is meestal het resultaat van vijf lagen die na elkaar zijn gelegd, waarbij elke laag de volgende mogelijk maakt. Wie die volgorde omdraait en begint bij de kussens, blijft eindeloos schuiven zonder dat de kamer ooit rustig wordt.
Laag één: de vloer bepaalt de temperatuur
De vloer is het grootste aaneengesloten vlak in de kamer en zet daarmee de toon voor alles wat erop komt. Een eiken vloer met een matte olie geeft een warme ondertoon waar bijna elk textiel bij past; een gietvloer of een lichte tegel geeft een koele ondertoon die om compensatie vraagt in wol, hout en leer. Kies eerst deze temperatuur, want een verkeerd gekozen vloer trek je later niet recht met accessoires.
Het vloerkleed is de tweede helft van deze laag. De regel die in de praktijk het beste werkt: het kleed is groot genoeg om de voorpoten van alle zitmeubels te dragen. Een te klein kleed laat de zitgroep zweven en maakt de kamer optisch smaller. Bij twijfel gaat u een maat omhoog, nooit een maat omlaag.
Laag twee: de zitopstelling volgt de looplijnen
Pas als de vloer vastligt, bepaalt u waar mensen zitten en hoe ze langs elkaar lopen. Reken op minstens zeventig centimeter vrije doorloop tussen de bank en de salontafel is te weinig; veertig tot vijfenveertig centimeter tussen bank en tafel zit prettig, en zeventig centimeter voor een looppad langs de groep. Wie die maten aanhoudt, merkt dat een kamer groter voelt dan hij is.
De opstelling zelf mag asymmetrisch zijn zolang er één duidelijk zwaartepunt is. Dat kan een haard zijn, een raam met uitzicht of een grote kast. In de praktijk werkt het bijna altijd om de bank op dat zwaartepunt te richten en de losse stoelen daar schuin op te zetten. Meer over die keuzes staat in het stuk over de indeling van de woonkamer.
Laag drie: licht op drie hoogten
Eén plafondlamp maakt van elke kamer een wachtruimte. De laag die het meeste verschil maakt, is licht op drie hoogten tegelijk: iets op ooghoogte bij het zitten, iets halverwege de wand en iets laags op een tafel of de vloer. Drie lichtbronnen van elk driehonderd tot vijfhonderd lumen geven meer sfeer dan één bron van vijftienhonderd.
- Leeslicht naast de zitplaats, met de lichtbron onder ooghoogte zodat u niet in de lamp kijkt.
- Wandlicht of een hoge schemerlamp die de wand aanstraalt en de kamer optisch verbreedt.
- Laag licht op een bijzettafel of in een kastnis, puur voor de avond.
- Een dimmer op minstens twee van de drie kringen, anders blijft het licht altijd gelijk.
Laag vier: textiel maakt het geluid zacht
Textiel doet twee dingen tegelijk: het dempt de galm en het brengt de kleur binnen die de vloer niet levert. Gordijnen van vloer tot plafond maken een kamer hoger, ook als het raam laag is; hang de rail dus tegen het plafond en niet net boven het kozijn. Een gordijn dat net de vloer raakt oogt verzorgder dan een gordijn dat er tien centimeter boven blijft hangen.
Bij kussens werkt beperking beter dan overvloed. Twee of drie stofsoorten die dezelfde ondertoon delen maar in structuur verschillen, geven meer diepte dan zes kleuren naast elkaar. Wie het kleurdeel systematisch wil aanpakken, vindt de opbouw in het overzicht van moderne kleurenschema's.
Laag vijf: objecten, en dan stoppen
De laatste laag is de kleinste en de moeilijkste. Boeken, keramiek, een lamp met karakter, een schaal: ze horen bij elkaar in groepjes van drie, met verschil in hoogte, en ze staan bij voorkeur niet midden op een vlak maar iets uit het midden. Een tafel die voor tweederde leeg blijft, oogt duurder dan een tafel die vol staat.
Deze laag is ook de laag die u het vaakst mag wisselen. Vloer, bank en gordijnen liggen jaren vast; objecten mogen per seizoen veranderen. Wie ideeën zoekt voor die wisselende laag, vindt ze in de verzameling ideeën voor woondecoratie.
De volgorde in één tabel
| Laag | Functie | Meest gemaakte fout |
|---|---|---|
| Vloer en kleed | Zet de ondertoon van de kamer | Vloerkleed te klein gekozen |
| Zitopstelling | Bepaalt looplijnen en zwaartepunt | Alles strak tegen de wand |
| Licht | Maakt hoeken bruikbaar | Alleen een plafondlamp |
| Textiel | Dempt geluid, brengt kleur | Gordijnrail te laag gehangen |
| Objecten | Geeft de kamer een gezicht | Elk vlak volledig vullen |
Wie deze volgorde aanhoudt bij een verbouwing, houdt bovendien budget over voor de lagen die er het langst blijven liggen. Dat principe komt terug bij het verbouwen van een kleine woonkamer, waar elke centimeter meetelt.


