WoonkamerWK-05
Woonkamer indeling kiezen: vijf opstellingen
De meeste woonkamers worden ingedeeld door de meubels tegen de wanden te schuiven en te hopen dat het midden zich vult. Dat levert een lege vlakte op met een rand van meubels eromheen. Vijf opstellingen doen het beter, en welke past hangt af van de vorm van de kamer en van de plek van deur en raam.
Eerst de vaste punten, dan de meubels
De vorm van een kamer wordt niet bepaald door de wanden maar door de openingen erin. Deur, doorgang, raam en haard leggen samen vast waar u kunt lopen en waar u kunt zitten. Teken die punten in en trek er de kortste lijnen tussen: dat zijn de looplijnen die u vrij moet houden.
Pas als die lijnen op papier staan, kiest u een opstelling. Zeventig centimeter is de smalste doorloop die op den duur prettig blijft; tussen bank en salontafel is veertig tot vijfenveertig centimeter juist het prettigst. Dezelfde maten gelden in een kleine ruimte, en dat is precies waarom een kleine woonkamer verbouwen zo vaak op maatwerk uitdraait.
Opstelling één en twee: de langgerekte kamer
In een doorzonkamer werkt de bank haaks op de lange wand het beste. De rugleuning snijdt de kamer in twee delen: zithoek aan de straatzijde, eettafel aan de tuinzijde. Achter de bank komt een smalle console van dertig centimeter diep, die de scheiding afmaakt zonder ruimte te kosten.
De tweede opstelling voor dezelfde kamervorm is de dubbele zitgroep: twee kleine groepen achter elkaar in plaats van één grote. Dat werkt in kamers vanaf ongeveer zeven meter lengte en levert twee bruikbare plekken op in plaats van één te grote.
Opstelling drie: de vierkante kamer
Een vierkante kamer verdraagt de klassieke U-opstelling: bank in het midden van één wand, twee fauteuils aan weerszijden, salontafel in het hart. Deze opstelling praat het prettigst omdat iedereen elkaar aankijkt, en ze werkt vanaf ongeveer vier bij vier meter.
- Bank tegen de wand zonder deur of raam.
- Fauteuils schuin, nooit precies parallel aan de bank.
- Vloerkleed onder de voorpoten van alle drie de zitmeubels.
- Eén open zijde richting het raam of de haard.
Opstelling vier: de L-vormige ruimte
In een L-vormige kamer zitten twee zwaartepunten: de knik en het uiteinde. Zet de zitgroep in het brede deel en gebruik de korte poot voor een functie die minder ruimte vraagt, zoals een werkplek, een leeshoek of een eettafel voor vier. Probeer nooit één groep over de knik heen te bouwen; dat kost altijd doorloop.
De knik zelf is de plek voor een hoge kast of een boekenwand, omdat die daar geen zichtlijn blokkeert. Wanneer de korte poot een werkplek wordt, helpt het om die met kleur af te bakenen, zoals beschreven bij de kleurenschema's voor de woonkamer.
Opstelling vijf: rond een zwaartepunt
Als de kamer een haard, een erker of een uitzicht heeft, richt u alles daarop. Dat is de enige opstelling waarbij symmetrie loont: bank recht tegenover, twee stoelen schuin ernaast, tafel op de as. De uitwerking hiervan staat volledig beschreven in het artikel over de woonkamer met haard.
| Opstelling | Kamervorm | Minimale maat |
|---|---|---|
| Bank haaks op de wand | Doorzon | 3,4 m breed |
| Dubbele zitgroep | Lang en smal | 7 m lang |
| U-opstelling | Vierkant | 4 x 4 m |
| Groep in het brede deel | L-vorm | 3,6 m in de brede poot |
| Symmetrisch op de as | Met haard of erker | 3,8 m breed |
De proef op de vloer
Voordat er iets wordt gekocht, plakt u de omtrek van de geplande meubels met schilderstape op de vloer. Loop er een week omheen. Wie in die week driemaal tegen dezelfde hoek stoot, weet dat de opstelling niet klopt, en dat kost dan nog niets. Deze proef kost een rol tape en bespaart de dure vergissing.
Neem in die week ook de lampen mee in de plattegrond: elke zitplaats hoort binnen bereik van eigen licht te liggen. Wie de opbouw van dat lichtplan wil nalezen, vindt hem in het artikel over het opbouwen van een woonkamerinterieur.


